Christel Vandegehuchte
Wat is uw persoonlijke connectie met kunst?
Als dochter van een Belgische Verfgrossier ben ik opgegroeid met kleur, meer dan met kunst. Een opleiding in de kunst lag niet voor de hand, al heb ik wel tijdens mijn studie Economie een avondopleiding kunstgeschiedenis gevolgd. Misschien is toen wel de basis gelegd. Tijdens een stage in Parijs werd ik geïntrigeerd door Picasso. Ik las alles over hem, bezocht de plekken waar hij had gewerkt en mengde me in de kunstwereld van MontMartre.
Terug in Belgie verdween kunst naar de achtergrond. Ik verhuisde naar Amsterdam en werd in beslag genomen door mijn marketing carrière en het opbouwen van een gezin. Op mijn 40ste verhuisden we naar Warschau. Van een druk bestaan als werkende moeder kreeg ik opeens heel veel tijd voor mezelf. Als tijdverdrijf nam ik tekenlessen bij een Poolse Kunstenaar. Een lifechanging moment, bleek achteraf. Mijn liefde voor kunst kreeg weer ruimte. Ik nam nog meer lessen en toen we een aantal jaren later naar Zweden verhuisden, ging ik in opleiding bij een Hongaarse Kunstenaar en werd lid van een Zweedse kunstvereniging.
Terug in Nederland wilde ik mij verder professionaliseren en werd toegelaten aan de “Wackersacademie“, de academie voor figuratieve kunst in Amsterdam. Nu 5 jaar later ben ik onder mentorship van Sam Drukker afgestudeerd aan de Wackers. Mijn behoefte aan kennis over kunst is niet te stoppen. Daarom ben ik nu gestart met een bachelor kunstgeschiedenis aan de UvA. De praktijk van de academie aangevuld met een meer theoretische kennis, lijkt een schot in de roos. Ik kijk nu anders naar kunst en kan ook mijn eigen werk beter in een context zien. Kunst is voor mij een soort verslaving. Hoe meer ik weet, hoe meer ik zie en hoe meer het me in beslag neemt.
Verzamel je zelf? Wat staat er nog op je wishlist?
Ja, we verzamelen zeker en vinden het steeds leuker worden. Ons eerste werk kochten we 25 jaar geleden, een zeefdruk van Herman Brood, voor boven onze eettafel. Het inspireerde tot leuke discussies met onze kinderen en hun vriendjes, want iedereen zag er iets anders in. Het hangt nu als eyecatcher in het appartement van onze oudste zoon. Toen volgde een olieverfschilderij van Jeroen Gerlach “de Fallstaf” (een bekend café in Brussel). Vervolgens kochten we vooral werk in het buitenland (Spanje, Polen en Zweden), als herinnering aan ons leven daar.
De laatste jaren hebben we de verzameling uitgebreid met werken van Nederlandse hedendaagse kunstenaars zoals Natasha Benninck, Sam Drukker, Berend Strik, Janine van Oene, Jim Harris, en Inbar Hasson. Kunstenaars die ik ook allemaal heb ontmoet, want een persoonlijke dimensie aan het werk geeft. De kennismaking met tekeningen van de 19de eeuwse kunstenaar Willem de Zwart tijdens een tentoonstelling in het Kröller-Müller Museum, heeft ons geïnspireerd om op een veiling een schilderij van hem te kopen. Via de Young Collectors circle ontmoet ik regelmatig nieuwe, vaak jonge kunstenaars, wat inspireert om de collectie uit te breiden met meer experimenteel werk. Op de wishlist staan in ieder geval nog werken van o.a Katinka Lampe, Pieter Jennes, Joao Gabriel en Koen Vermeule.
Is het belangrijk om kunst in een bedrijf te laten zien en waarom wel of niet?
Absoluut! Kunst zet je aan het denken, het relativeert, verrijkt en verbindt. De aanwezigheid van kunst stimuleert communicatie. Het genereert leuke reacties van bezoekers en door met collega’s over kunst te praten, leer je elkaar beter kennen. Kunst kan ook rustgevend werken en blij maken. Kunst genereert een positievere werkomgeving. Door middel van een bedrijfscollectie presenteer je kunst aan een breder publiek. Men hoeft niet naar het museum om kunst te ervaren, want de kunst komt naar je toe, en wordt het onuitgesproken onderdeel van het dagelijkse leven. En wie weet inspireert het om uit eigen beweging musea of galeries te bezoeken.
Daarnaast geeft het bedrijf de werknemers iets mooi om naar te kijken en neemt het maatschappelijke verantwoordelijkheid door jonge kunstenaars dat steuntje in de rug te geven, waardoor ze binnen de kunstwereld gezien worden. Je kan als bedrijf hierin een voortrekkers rol spelen.
Wat zijn je meest dierbare kunst gerelateerde herinneringen van de afgelopen jaren?
Nou, dat is niet moeilijk! De presentatie van mijn afstudeerproject afgelopen juni “Portret van Ons Vondelpark”, een visualisatie van de integratie en communicatie tussen mensen in het Vondelpark. De zoektocht naar het abstraheren van vorm, kleur en ritme binnen de grenzen van de figuratie was een uitdaging en soms ook wel een gevecht met mezelf, maar het is mij gelukt om vanuit het schilderen naar waarneming toch een diepere gelaagdheid te genereren.
Een andere dierbare herinnering is mijn kennismaking met het Italiaanse futurisme en het werk van Gino Severini. En dan specifiek zijn werk “la danza del pan-pan al Monaco”. Mijn hoogtepunt tijdens een masterclass van Richard Cork in het Courtauld Institute in London. Tot die tijd had ik nog nooit van hem en de stroming gehoord. Ik was zelf niet zo een fan van het kubisme en had weinig aandacht voor werk dat in die lijn lag. Maar door hem zag ik kubisme in een ander daglicht en werd aangetrokken door het dynamisme van de futuristische werken. Met name de werken van Gino Severini, en dan specifiek deze die hij in Parijs heeft gecreëerd. Fascinerend hoe hij in dit kubistisch aandoende schilderij de snelheid en de beweging van de dansers heeft weergegeven.
Wat zou je in de kunstwereld teweeg willen brengen?
Voor mezelf is het maken van kunst een vorm van meditatie, volledig zen. Als ik schilder of teken dan vergeet ik alles om mij heen, en dan ben ik geheel in het nu.
Ik ben nog steeds dankbaar dat ik de kans heb gekregen om dit te ervaren. Het is mijn diepe overtuiging dat iedereen kan leren schilderen en tekenen. Natuurlijk wordt niet iedereen een kunstenaar, maar iedereen kan leren kijken en de skills aanleren om wat je ziet ook op papier te verbeelden. Dus als je vraagt wat ik in de kunstwereld teweeg zou willen brengen ? Dan zou ik het liefst zo veel mogelijk mensen willen laten ervaren wat het zelf schilderen of tekenen voor je kan betekenen, hoe fijn het is om met pen en papier geheel in het nu te zijn.
Daarnaast heb ik ervaren hoe moeilijk het is voor beginnende, maar ook ervaren kunstenaars om over hun werk te praten. Het is iets wat je op academies in Nederland niet echt leert. Tijdens mijn studie kunstgeschiedenis afgelopen jaar heb ik het instrumentarium aangeleerd om een kunstwerk visueel te analyseren, waardoor ik ineens mijn eigen werk en dat van anderen verbaal kon situeren. Eigenlijk lijkt het mij ontzettend leuk om een programma op te zetten waarin ik mijn eigen opgedane kennis in combinatie met die van anderen kan overdragen aan andere kunstenaars. Een soort workshop of masterclass waardoor ook zij die geen ondersteunende galerie of netwerk hebben, in staat zijn hun werk verbaal te presenteren.
Hoe kijk je naar kunst?
Hoe ik kijk? Twee elementen zijn voor mij doorslaggevend: Kleur en tekening.
Ik reageer heel impulsief op kleur. Wanneer de kleurcompositie mij aanspreekt, dan ren ik naar een werk en neem dan rustig de tijd om het te analyseren, om te kijken of het compositorisch klopt. Want alleen de kleur daar ben ik uiteindelijk snel op uitgekeken. Er moet wel meer diepte in zitten. Waar word ik in het schilderij naartoe getrokken en waar wordt mijn oog intuïtief naartoe geleid? Vaak probeer ik te bedenken waarom de kunstenaar de keuze heeft gemaakt om die vorm, dat vlak, die kleur of die lijn te plaatsen of te laten staan. Heel vaak ontstaan composities namelijk onbewust, maar de kunstenaar kan bepalen of hij het laat bestaan, stopt of overschildert. Dat vind ik zo intrigerend. Een goede kunstenaar weet wanneer hij moet stoppen.
Daarnaast voel ik me aangetrokken tot de tekening. Wanneer ik in een werk een krachtige, intuïtieve tekenhand zie, dan blijf ik staan om vervolgens te kijken wat het met mij doet. Of het een emotie losmaakt. Of ik geneigd ben om langer te kijken.