Arash Fakhim
Hoe ben je in de kunst terecht gekomen?
Nu zou ik kunnen beginnen over hoe rijk de Iraanse cultuur wel niet is, echter ben ik ook deels hier in het westen opgegroeid. Dit ging gepaard met een zekere vorm van afzetten tegen je ouders én van hetgeen waar zij juist mee opgroeiden. Dus hoewel er een Hafez gedicht boven de schoenenkast aan de muur hing of hoe het Iraanse muziek door de muren van de woonkamer galmde heb ik mij nooit echt kunnen vinden of aarden in de belevingswereld van mijn ouders. Dit kon ik wel door het samenstellen van mijn eigen universum middels schetsen en tekeningen. Op deze manier kon ik mijn belevingswereld toch communiceren. Daarnaast heeft mijn moeder zelf ooit ook een beroep tot teken en schilder-leraar geambieerd, maar omdat ze mij op jonge leeftijd kreeg heeft ze dit niet meer kunnen vervolgen. Ik merkte als kleine jochie op dat ze trots was wanneer ik een keer won bij de plaatselijke teken wedstrijd, zo heeft ze de kranten knipsel waarin dit werd mede gedeeld meteen uitgeknipt en tot op de dag van vandaag nog steeds bewaard.
We begrepen dat je weleens eerder bij AkzoNobel bent geweest…
Dat klopt, ja. Op jonge leeftijd was ik al bezig was met vormgeving en beeld. Ik deed dit doormiddel van de dingen om mij heen te tekenen of de beeldtaal zelf uit te dragen en in de vorm van kleding. Kleding was in mijn buurt en belevingswereld een indicatie of beeldende drager om door middel van codes met elkaar te communiceren om zo ergens bij te horen. Om mijn kledij te bekostigen had ik tal van baantjes waaronder het schoonmaken bij AkzoNobel. Ik vroeg me weleens af of het de kantoor medewerkers van Akzo zou opvallen of ik hun tafel schoonmaakte of niet, daarmee experimenteerde ik dan vaak. Ik vergeet de geur van de Cup-a-Soup automaat nooit meer. Per verdieping nam ik een tegen de regels in een andere smaak. ´Eénmaal boven aangekomen had ik vier soepjes en twee warme chocolade melk op. Mijn herinnering aan de Akzo is voornamelijk de zomerse avondzon, een oranje paarse schemering -want dit was mijn vakantie baantje rond mijn 14e- die door de grote kantoor ramen naar binnen scheen, tezamen met de geur van schoonmaak middel en Cup-a-Soup.
Ben je naast je eigen praktijk ook op andere manieren bezig met kunst of het beeld cultuur?
Het uitdragen van de kunst doe ik op zoveel mogelijke fronten of het nu terug komt in hoe ik in het leven sta, kleed, praat of in mijn studio aan het werk ben. Zo spar ik graag met mijn vrienden en kennissen die op fronten van muziek, mode en de kunsten erg inspirerend zijn en op verschillende wijze opzoek gaan naar manieren om werken te tonen in niet-gangbare situaties. Net als in mijn eigen praktijk waar ik tegengewicht probeer te bieden aan de status quo hoop ik dat met mijn rol als samensteller ook te doen. Ik noem dit bewust samensteller (van dingen) omdat het woord curator of cureren mij doet denken aan een Thaise curry wat zeker goed is, allicht zelfs beter. Maar de hiërarchie die het woord doet galmen staat me helemaal niet aan. Ik ga me de komende tijd naast mijn eigen praktijk meer richten op het opzetten van platforms en shows waar deze situaties samenkomen. Omdat dit een onderdeel is die ik als spannend ervaar en waarin ik dingen teweeg kan brengen door middel van presentatie of beeldende dialoog.
Waar kunnen we samenstellingen van je vinden?
Jullie krijgen de allereerste primeur! De eerste fysieke uiting als samensteller zal plaatsvinden op 14 december 2019 bij No Man’s Art Gallery in Amsterdam waar ik één van de zalen zal inrichten met werken van mijn kunstenaarscollega’s. Deze show zal met mijn allereerste solo simultaan plaatsvinden in de beneden zaal bij NMAG. De groeps-show genaamd Sofreh is losjes gebasseerd op de Iraanse culturele betekenis. Sofreh staat in het farsi voor een sprei waarop objecten verzameld worden en waaraan gegeten wordt met gasten. In dit metafoor vond ik een presentatie wijze waarop dingen samengesteld kunnen worden en nieuwe dialoog kan bieden door samenkomst . Dit doe ik met werken van Bonno van Doorn, Niko Démoed, Gijs Assmann, Mischa Doorenweerd, Daan Gielis, Maurice Gobert, Lisette van Hoogenhuyze, Bas van den Hurk, Susanne Khalil Yusefi, Anastasia Kiseleva, Gijs van Lith, Hemaseh Manawi Rad, Golrokh Nafisi, Ulrike Rehm, Niko Riedinger, Maria Roosen, en Manon Wertenbroek. Ik noem dit soms ook mijn kunstenaars familie omdat ik de meeste ook persoonlijk goed ken. Deze betrokkenheid met de kunstenaar en het werk staat me toe om mijn speelveld heel erg uit te breiden. Het gebeurt op vertrouwen en met een bepaalde wederzijdse respect zodat ik carte blache krijg. Daarin is het denk ik de kunst om de context te laten voor wat het is maar wellicht een nieuwe invalshoek te creëren waarin het werk gezien kan worden.
Kan je vertellen waar jouw praktijk zich specifiek op richt?
Mijn eigen praktijk focust zich niet zozeer op één ding maar het richt zich op processen en handelingen waarin objecten gemaakt worden of in werking gesteld worden om tot beelden te komen. Dit klinkt best abstract en arbitrair en ik moet eerlijk zeggen dat is het misschien ook. Het is namelijk een beeldende proces waarbij woorden vaak tekort schieten, vandaar dat ik me richt op handelingenen de sporen die de verrichte daden dan nalaten daarmee creëer ik mijn werken.
Daarbij levert de juxtapositie en vervreemding van een samengesteld geheel een nieuw dialoog die niet vooraf bedacht had kunnen worden. Wanneer ik een show samenstel probeer ik tijdens het samenstellen ook vaak te letten op dialogen die het werk voert in combinaties met andere. Of dit nu werken zijn van andere kunstenaars of bestaande artefacten. In die zin denk ik niet dat ik een hele andere parameter samenstel dan tijdens het maken van mijn eigen beelden in mijn eigen studio.
Kan je middels deze processen en bezigheden die in je studio plaatsvinden iets dieper ingaan op je fascinaties?
Ik probeer me hierbij te richten op zaken die mij interesseren, waarbij picturale effecten zoals tactiliteit en de plastische vermogens het beeld kunnen uitdragen. In mijn praktijk probeer ik deze kwesties te indiceren door situaties te creëren waarbij deze zaken samen komen in één beeld. Om zo een interesse te noemen als voorbeeld: Zo vraag ik me af hoe je niet-tastbare dingen zoals het uitblazen van rook ringetjes kan materialiseren en vangen in een beeld. Een ander terugkerende thematiek in mijn praktijk is, is de wil om te botsen met de opgelegde regels van het medium schilderen en diens ruimtelijke dimensies die zo kenmerkend zijn aan het schilderen.
En ten slotte, verzamel je zelf? Wat staat er op je wensenlijst?
Ik heb als kunstenaar helaas nog niet de financiële middelen om mijn kunstenaarscollega’s te steunen. Zoals veel kunstenaars doen probeer ik te ruilen met mijn collega’s. Als ik merk dat ik geloof in iemand en het werk bewonder ik het des te meer. Als ik ooit de mogelijkheid krijg om iets aan te kopen dan zou mijn eerste echte aankoop zonder twijfel gaan naar de tekening die Tupac Amaru Shakur maakte vanuit de gevangenis in 1995 voor zijn toenmalige vriendin Desiree Smith. De voorstelling van een tekenende Tupac in zijn cel waar zijn vrijheid hem ontnomen is om dan toch zijn liefde voor haar te verklaren in die omstandigheden, laat mij niet ongeroerd. Dat gezegd hebbende, houd ik ervan wanneer kunstenaars oplossingen vinden en deze dan op speelse wijze indiceren. Dat zie je terug in hoe hij zweet op de afgebeelde lichamen heeft aangewezen.