AkzoNobel Art Foundation
Jan van de Pavert — Untitled
Jan van de Pavert

Untitled, 1995

bladaluminium op MDF

126 x 88 x 65 cm

 Het werk Untitled (1995), van Jan van de Pavert (1960, Nederland) is een beeld dat lijkt op de schaalmodellen die gebruikt worden door architecten. In de verte doet het denken aan het werk van beroemde bouwmees­ters als Riet­veld, Frank Lloyd Wright of Le Corbusier. Het is gemaakt van met bijenwas inge­wreven MDF, stukken vurenhout en multiplex. Voor een deel is het bewerkt met bladaluminium. Het beeld is niet groot en in de brede gangen van de oudbouw van het Akzo Nobel hoofdkantoor zou het gemak­ke­lijk over het hoofd gezien kunnen worden. Misschien dat de overwe­gend bruine kleur van het beeld en het feit dat het op een maquette lijkt, bijdra­gen aan die onopval­lendheid. Maar wie er een tweede blik aan waagt, ont­dekt dat het hier niet zomaar om een architecto­ni­sche schets gaat. Hier is geen sprake van platte functiona­li­teit. Dit is een beeld dat vol blijkt van verrassingen, een ode aan de verbeelding.

 Het werk staat op een lage sokkel, een open houten construc­tie die lijkt op een krat, met daaroverheen een plaat. Op dit 'podium' rijst een recht­hoekige houten zuil op. Aan de onder­kant en aan de boven­kant is de zuil als het ware opengeklapt en uitge­groeid tot een gebouw. De vergelijking met een boom dringt zich op, met een ingewikkeld wortelstelsel en bovenaan een kruin van bloeiende takken. Het is alsof die twee bouw­werken orga­nisch aan de strakke zuil zijn ontsproten. Boven­dien lijken de 'hui­zen' el­kaars spiegel­beeld te zijn. Boven en onder en binnen en buiten zijn als het ware in de war ge­raakt.

 Het huis boven aan de zuil is met blad­aluminium bedekt wat een zachtzilveren gloed geeft, terwijl het onder­ste gebouw de kleur van het MDF heeft. Als het oog de gangen volgt door en rondom het huis stuit het keer op keer op ondoordring­bare muren en onoverkomelijke obsta­kels. Gangen lopen dood, en trappen blijken uit te monden in het niets. Een uitbouw die misschien een badkamer of een hondenhok moet voorstellen, krijgt door de plek en de context in het geheel een andere functie: misschien is het wel een ruimte voor de dakloze?

 Van de Pavert voert de kijker spelenderwijs mee op een zoek­tocht. De fysieke ruimte die de beschouwer waarneemt, valt gelei­delijk aan steeds meer samen met een ruimte in het hoofd, een mentale ruimte. Het beeld zou binnen de specifieke con­text van het kantoor­gebouw een confronterende rol kunnen spelen. Hoe voelt dat kantoor, die ruimte waar zoveel mensen zoveel tijd door­bren­gen? Wordt er over nagedacht?

 Het beeld van Van de Pavert blijkt een aanlei­ding voor be­spie­gelingen die kunnen variëren van poëti­sche spinsels tot poli­tiek-socia­le theorie­n. De samen­hang van de ruimtes in het gebouw bepaalt de inhoud, de bete­kenis ervan; dat maakt ook het spiegelbeeld op een plagerige manier duidelijk doordat alles er per definitie omgekeerd is. Van de Pavert, die voor de kunst een duidelijke maatschappelijke rol ziet wegge­legd, biedt met zijn beeld een avontuur en een schuil­plaats voor dromen en gedach­ten.